VROEGE HULP
In tijden van bezuinigingen worden dikwijls goed lopende projecten opgeheven. Vooral de sectoren welzijn, jeugdzorg, gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en nu ook milieu zijn hier het slachtoffer van. Die zijn de slingerbewegingen inmiddels wel gewend: afbraak, opbouw, afbraak, opbouw. Het komt en het gaat met het kerend tij van laagconjunctuur, hoogconjunctuur. Iets opheffen gaat snel, maar daarna iets soortgelijks weer opbouwen kost jaren. Daarom is het van zeer groot belang met veel beleid te bezuinigen.
Bijvoorbeeld het project VVI, ‘Vroeg, Voortdurend, Integraal’. Van 2008 tot 2010 hebben drie ministeries geld gepompt in het verbeteren van de hulp aan jonge kinderen met een beperking (van 0 tot 7 jaar) en de ondersteuning van de ouders. Inzet van het project was de hulp zo vroeg mogelijk goed op de rit te krijgen, zodat latere problemen voorkomen worden. Uiteindelijk is dat namelijk op de lange duur goedkoper.
De grootste inspanning in dit project was om alle partijen die gemoeid kunnen zijn met slechts één kind en diens gezin met elkaar te laten samenwerken, zodat het woud aan regels, loketten, instanties, artsen, hulpverleners voor de ouders overzichtelijk wordt. Onderzoeken worden dan niet drie keer door een andere organisatie overgedaan. Ouders hoeven niet alsmaar opnieuw hun verhaal te vertellen. Waar het om gaat is zo vroeg mogelijk de ‘multidisciplinaire diagnostiek’ voor elkaar krijgen, waarop een samenhangend hulpaanbod gecreëerd kan worden. ‘Integrale Vroeghulp’ heet dat.
Voor uw idee: het kan bij één kind al gaan om heel veel instanties: consultatiebureau, peuterspeelzaal, artsen, specialsiten op het gebied van verstandelijke en/of zintuiglijke beperkingen, gedragsdeskundigen, maatschappelijk werk, gezinsondersteuning, logopedisten, (speciaal) onderwijs en nog meer. Dan heb ik het nog niet eens over de geldstromen en geldpotjes waar je als ouders mee te maken krijgt en waar je geld kunt aanvragen, kosten moet verantwoorden en noem maar op.
Het project bestaat uit elf pilotregio’s, waardoor in totaal een groot deel van het land hieraan mee deed. Het is een succes. Overal zijn de betrokken organisaties in de laatste periode van 2010 convenanten aan het ondertekenen waarin ze goede voornemens maken om hiermee door te gaan. Van betrokken ministeries wordt vernomen dat er misschien, wellicht nog een beperkte bijdrage is om dit te ondersteunen.
Die ondersteuning is nog nodig, want de ontstane samenwerking is broos, grote kans dat dit netwerk van samenwerkende instanties, wat in twee jaar is opgebouwd, weer uit elkaar gaat vallen. Deze organisaties zullen het de komende periode al zwaar genoeg krijgen om hun hoofd boven water te houden en zullen zich moeten terugtrekken op hun kerntaken.
‘Zo vroeg mogelijk een samenhangend hulpaanbod creëren voorkomt veel duurdere inhaalslagen op de lange termijn’, staat in de mooie informatiefolder van januari 2010 getiteld: ‘Het kind voorop’.
Bezint eer ge bezuinigt.
Tekst: Hester Macrander, Fotograaf: Ans Dekker